COLUMN | Mbo’s voor techniek en zorg moeten overal zijn. Maar beperk de niche-opleidingen tot dichtbevolkte gebieden, schrijft mbo-bestuurder Rob Neutelings.
Jubelende krantenkoppen en ronkende persberichten: er gaat extra geld naar het mbo in krimpende regio’s als Zeeland, Limburg en Groningen. De andere instellingen krijgen minder budget. Solidair en rechtvaardig, zo luidt het oordeel. Maar het kabinet schuift de vraag over de toekomst van ons beroepsonderwijs voor zich uit.
Het aantal mbo-studenten daalt al jaren. Demografische krimp en de hardnekkige maatschappelijke drang naar havo en vwo eisen hun tol. Omdat scholen per student worden bekostigd, bedreigt dit het voortbestaan van instellingen in krimpgebieden. Onder het motto ‘dezelfde infrastructuur voor iedereen’ hevelt het kabinet geld over om alles bij het oude te laten. Alsof we stellen dat élke Nederlandse gemeente een metro moet hebben, omdat Amsterdam en Rotterdam er een hebben.
We kunnen beter een goed gesprek voeren over de inhoud: hoe ziet het mbo van de toekomst eruit? Herdefinieer per regio wat écht noodzakelijk is. Garandeer overal een hoogwaardig aanbod van entree- en niveau 2-opleidingen. Deze studenten moeten vanwege hun ontwikkelingsfase dicht bij huis naar school kunnen.
Garandeer cruciale niveau 3- en 4-opleidingen voor regionale sleutelsectoren zoals zorg, techniek, bouw en defensie. Maar stop in krimpregio’s met niche-opleidingen. Wie per se stewardess of danser wil worden, pakt maar de trein met de gratis ov-jaarkaart naar dichter bevolkte gebieden. Met een stage in de eigen regio blijft het talent alsnog behouden voor de lokale economie.
Het beleid richt zich krampachtig op het overeind houden van alle 57 mbo-instellingen. Bijna de helft daarvan telt minder dan 5.000 studenten. Breng dat aantal terug naar circa 35 – één sterke instelling per arbeidsmarktregio. En jongeren van zestien jaar moeten nu kiezen uit maar liefst 450 mbo-opleidingen. Bied liever brede domeinen aan (zoals techniek, zorg of economie) en laat studenten pas later specialiseren. Zet een aanstaande stewardess en een receptionist gerust samen in de klas voor een module gastvrijheid. Dat is efficiënt en verkleint ook de kans op verkeerde studiekeuzes.
Ook mijn eigen instelling heeft in sommige steden te maken met krimp tot 20 procent. Maar wij voeren die scherpe discussie wel: wat heeft West-Brabant echt nodig en wat laten we aan anderen?
Onderlinge solidariteit is een groot goed, maar het mbo is nu niet ‘gered’ en we kunnen beter kiezen voor vooruitgang.
Rob Neutelings is bestuursvoorzitter van Curio, beroepsonderwijs in West-Brabant
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 27 juli 2026)