OPINIE | Het debat over kunstmatige intelligentie gaat vooral over wat verdwijnt of verandert. Over de vraag welke banen AI zal overnemen. Rob Neutelings stelt zichzelf in deze gastopinie de vraag welke werkzaamheden relevant blijven in een wereld vol AI.
Volgens het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum zal ongeveer 22 procent van de huidige banen tussen nu en 2030 verdwijnen*. Denk aan softwareontwikkelaars, administratieve en juridische functies, bouwkundig tekenaars, eindredacteuren, telefonisten en webdevelopers, om er een paar te noemen.
Ook raakt naar verwachting 39 procent van de huidige vaardigheden van werknemers tussen 2025 en 2030 verouderd omdat AI bepaalde taken veel beter en sneller kan uitvoeren.
Door AI en robotisering zal in 2030 nog slechts een derde van alle werkzaamheden door menselijke arbeid worden uitgevoerd. Bedrijven verwachten door toepassing van AI en robotica in de aankomende 5 jaar de automatiseringsgraad aanzienlijk te verhogen.
Maar hoe langer ik naar die discussie kijk, hoe meer ik denk dat we ons op de verkeerde vraag richten. Natuurlijk is het van belang om te zien wat de impact van AI is. Maar zou het niet veel interessanter zijn om te focussen op de vraag: welke werkzaamheden blijven relevant in een wereld vol AI?
Van kenniswerk naar vakwerk
Studeren, analyseren, adviseren en organiseren: op hbo-niveau of liever nog aan de universiteit. Werk met het hoofd werd gezien als vooruitgang. Zo kon je ontsnappen aan werken met je handen, dat ook slechter betaalde.
Inmiddels ontwikkelt kunstmatige intelligentie zich zo snel, dat de vraag is of het streven naar veel kenniswerkers nog wel slim is. AI wordt veel beter dan veel kenniswerkers – en goedkoper...
AI wordt steeds beter in schrijven, analyseren, programmeren en adviseren. Veel mbo-opgeleide mensen, bijvoorbeeld in de zorg en de techniek, maar ook politieagenten of militairen, zullen in AI een hulpmiddel vinden. Daar moeten ze goed mee leren omgaan, maar dat verandert de kern van hun werk niet. Onze samenleving draait op mensen die zieken verzorgen. Die storingen oplossen. Die vliegtuigen repareren. Die gebouwen installeren. Die kinderen begeleiden. Die maaltijden bereiden. Die iets maken wat er daarvoor nog niet was.
In een gesprek met een jonge mbo’er kreeg ik een nieuw perspectief. Hij vertelde hoe hij kunstmatige intelligentie gebruikt om ontwerpen te visualiseren, ideeën uit te werken, nieuwe mogelijkheden te verkennen, businessplannen te maken en contracten op te stellen.
Zijn conclusie was verrassend eenvoudig. 'AI maakt mij als vakman veel beter. Voor alle dingen die ik lastig vind, heb ik hulp. Ik kan me nu echt concentreren op mijn vak.' Die uitspraak bleef hangen.
Hoofd, hart en handen
Voor vakmanschap zijn vaak slimheid, gevoel en handigheid cruciaal. Hoofd, hart en handen, zogezegd. In veel mbo-beroepen zijn ten minste 2 van de 3 en vaak zelfs alle 3 noodzakelijk. Juist daarom krijgt AI veel minder vat op beroepen waarvoor vakmanschap en menselijk handelen onmisbaar zijn.
Wil je een toekomstgerichte opleiding, dan zijn veel mbo-opleidingen geen verkeerde keuze. Onderzoek van Microsoft en Cornell University laat zien dat juist veel praktische beroepen relatief weinig worden beïnvloed door AI. Dat bevestigt wat we misschien al langer weten: hoe slimmer AI wordt, hoe waardevoller vakmanschap blijkt.
*Future of Jobs Report 2025 - World Economic Forum
■ Rob Neutelings is bestuursvoorzitter van Curio. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 27 juli 2026)