INTERVIEW | BREDA - Roosendaler Rob Neutelings is al tien jaar de man achter Curio. Voor hem is het beroepsonderwijs meer dan onderwijs alleen: het is cruciaal voor West-Brabant. „Als wij morgen stoppen met de techniekopleidingen, dan hebben al die bedrijven hier geen mensen meer.”
„Wat zijn jullie aan het doen?”, vraagt Rob Neutelings (61) aan vier leerlingen van de praktijkschool die met een netje en een loep in de weer zijn bij wat kiezels. „Dieren zoeken”, zegt een tiener, die iets daarna een gilletje slaakt en van schrik alles uit haar handen laat vallen. „Wat lekker zo in het zonnetje”, zegt Neutelings.
Neutelings wilde afspreken aan de Frankenthalerstraat, waar de brood & banket- en de groenopleidingen van Curio gevestigd zijn. „Mijn kantoor op Trivium in Etten-Leur heb ik opgegeven”, zegt hij. De berging, die tien jaar geleden speciaal voor hem werd omgetoverd tot werkplek, doet tegenwoordig dienst als vergaderruimte. „Wat heb je er nu aan als dat kantoor de halve week leegstaat?”
Rob Neutelings is deze week 10 jaar bestuurder bij Curio © Ron Magielse/Pix4Profs
Het tekent de nuchtere Roosendaler Neutelings, die na omzwervingen bij twee universiteiten in de Randstad en een bestuursfunctie bij de Avro terugkeerde naar West-Brabant. Het was één van de redenen dat de baan bij Curio, destijds nog ROC West-Brabant, hem zo aansprak.
„Ik kan me wel staande houden in de Amsterdamse cultuur”, zegt hij. „Maar dit was zó herkenbaar. Het gemoedelijke, het bourgondische, het minder directe. In Amsterdam kun je moeilijk ruzie maken. Alles wordt gewoon op tafel gelegd. Dan zeg je er iets over, en dan ga je weer door. Dat was wennen. De cultuur hier in West-Brabant is echt onderdeel van mezelf.”
Waarom koos iemand die zolang op universiteiten werkte voor het mbo en het vmbo?
„Ik was in eerste instantie geraakt door de passie en betrokkenheid van docenten en studenten bij hun vak. Het zijn allemaal vakmensen. Dat heb je op de universiteit ook, maar op een andere manier. Begin dit jaar was ik bijvoorbeeld bij een open dag. Komt er een tweedejaars student op me af: wilt u leren bloed prikken? Die trots, die vond ik zó mooi om te zien.
Dat zie je ook bij docenten. Als je uitvalt op de universiteit, dan heb je nog tal van andere mogelijkheden. Op het vmbo en het mbo hebben docenten een ander verantwoordelijkheidsbesef: als-ie uitvalt, dan is er niet echt meer een alternatief. Dat betekent dat als iemand twee keer niet komt opdagen, dat een docent even navraagt wat er aan de hand is. Of-ie kan helpen.
En wat ik ook interessant vind aan het mbo is de functie voor het mkb in de regio. Die is veel directer dan aan de universiteit. Als wij morgen stoppen met de techniekopleidingen, dan hebben al die bedrijven hier geen mensen meer.”
Er bleek nogal een erfenis te liggen toen u begon. De Onderwijsinspectie nam ROC West-Brabant in rapporten stevig de maat en dreigde zelfs met ingrijpen.
„De eerste jaren waren heftig, maar zo werkt het. Je stapt op een rijdende trein en je weet nooit helemaal zeker wat je aantreft. Tegelijkertijd ben je als bestuurder wel verantwoordelijk voor het verleden van de organisatie.
Die slechte rapporten van de Onderwijsinspectie hebben we ook gebruikt als katalysator om iets te veranderen. Toen ik hier aankwam waren de 23 scholen heel zelfstandig. Leerlingen gingen naar het Kellebeek, naar het Radius of naar Prinsentuin. Dat die aangesloten waren bij ROC West-Brabant wisten ze vaak niet eens.
Wij hebben geprobeerd om dat anders te organiseren. En daarbij helpt het als ook mensen van buiten zeggen: je moet jezelf verbeteren. Dat kun je dan zien als een steuntje in de rug. Het is niet zo dat we die scholen nieuw briefpapier van Curio hebben gegeven en hebben gezegd: jullie zijn nu Curio. We wilden mensen echt het idee geven dat ze bij een andere, betere organisatie werkten.
Voor een leerling met dyslexie moet het niet uitmaken op welke school hij zit; hij moet overal even goed geholpen worden. Hetzelfde geldt nu met AI. Wij hebben een aantal experts in dienst. Die kunnen op al die scholen docenten, leerlingen en studenten helpen als ze dat willen gebruiken.”
Bent u daar trots op?
„Het meest trots ben ik erop als we kunnen inspelen op wat doelgroepen nodig hebben. Neem de Oekraïneschool. Dat is onderwijs voor een specifieke doelgroep. Dat idee is ontstaan op de werkvloer, en het is als bestuurder dan heel fijn als je daarbij kunt helpen.
Nu is dat een heel specifiek geval, maar we kijken ook naar veranderingen in de maatschappij. We hebben hier bijvoorbeeld van oudsher een opleiding voor veeteelt. Moeten we daar niet ook een duurzaamheidscomponent in verwerken? We denken ook na over of we niet een mbo-opleiding voor dronepiloot kunnen opzetten.
We kijken meer naar buiten, naar wat we kunnen doen voor de arbeidsmarkt, voor de samenleving, voor West-Brabant.”
Is dat uw verdienste?
Neutelings lacht. „Mensen denken vaak dat als je de baas bent, dat je bepaalt wat iedereen doet. Hier bij Curio werken 2400 professionals. Ik prijs me gelukkig dat ik hen niet elke dag hoef aan te sturen. Ik probeer te inspireren, mensen het pad te laten zien om ergens te komen. Ik help ze met mijn netwerk, geef ze ruimte om te falen.
We moeten mijn rol niet overschatten. Ga maar even terug naar de coronacrisis. Mijn kinderen werkten als vakkenvuller bij Albert Heijn. Zij hadden een cruciaal beroep, ik niet.”
En niet alleen zijn kinderen hadden een cruciaal beroep, zegt Neutelings. Heel veel van de mensen die hier op school hebben gezeten hadden dat. „In de zorg, in de kinderopvang, op school.”
Toch blijft het moeilijk om de reputatie van het vmbo en het mbo te verbeteren. Bijna de hele bijlesindustrie draait op ouders die willen dat hun kind een havo- of vwo-diploma haalt. Is daar iets aan te doen?
,,Die reputatie is wel verbeterd. Minister Robbert Dijkgraaf had het altijd over onderwijs als een waaier van mogelijkheden, in plaats van hoog en laag. Als je hier de mbo-studie procesoperator volgt, dan heb je de banen voor het uitkiezen en verdien je veel meer dan veel hbo-afgestudeerden. Onze mbo-studenten zijn welkom bij het Intro Festival, terwijl dat eerst alleen voor hogeschoolstudenten was. We zetten echt goede stappen.''
Tegelijkertijd is er nog veel te winnen. Dat zie je ook bij het ‘kansrijk adviseren’, waarbij basisscholen hun groep 8-leerlingen het hoogst mogelijke advies geven. Met name onze scholen in Breda merken de gevolgen daarvan. Zij hebben minder brugklassers, maar krijgen dan wel in het tweede of het derde jaar leerlingen die de havo toch nog niet aankunnen.
Dat is moeilijk, omdat je ze ineens in de school moet invlechten. Maar dat zijn ook jongeren die een teleurstellende tijd op school hebben gehad, die daarom misschien moeite hebben met hun motivatie. Voor hen was het achteraf gezien veel beter geweest om meteen op het vmbo te starten. We willen ouders daarom nog meer laten zien hoe aantrekkelijk ons onderwijs is.”
En hoe de arbeidsmarkt om deze groep staat te springen?
„Misschien wel. Als ik een interim-communicatieprofessional nodig heb, dan heb ik die binnen een dag gevonden. Maar als ik een loodgieter wil, dan moet ik misschien wel weken wachten. En dan vraagt hij een uurloon dat net onder dat van een jurist ligt. Uiteindelijk ontstaat zo misschien ook wel meer waardering voor de loodgieter.”
Zolang dat niet gebeurt moet Curio zich wel voorbereiden op minder studenten
„Dat klopt. Dat komt door kansrijk adviseren, en doordat er gewoon minder tieners zijn. We denken na over hoe we alle opleidingen kunnen aanbieden in Bergen op Zoom, Roosendaal en Breda. Dat is onze visie. We zijn West-Brabants, we blijven West-Brabants en we willen West-Brabant blijven helpen. En dat betekent ook dat we niet weggaan uit die drie steden.
Wij dienen als onderwijsorganisatie ook een maatschappelijk belang. We zien in delen van Zeeland dat als het basisonderwijs wegtrekt, dat de leefbaarheid onder druk komt te staan.
In Bergen op Zoom zijn we bijvoorbeeld gestart met een opleiding voor onderwijsassistenten en pedagogisch medewerkers, bij de hotelschool. Die kunnen sommige lessen, denk aan Nederlands, samen volgen. En het helpt ons om het leerlingenaantal op peil te houden.”
Nog eens tien jaar als bestuurder zal er niet in zitten. Wat hoopt u nog te verbeteren aan Curio?
„Ik hoop vooral dat we enerzijds een betere wisselwerking met bedrijven in de regio kunnen ontwikkelen. Dat wij dingen van bedrijven kunnen leren, maar dat wij onze kennis beter met bedrijven leren delen.
Tegelijkertijd wil ik dat we studenten nog beter voorbereiden op hun toekomst. Iemand die op zijn twintigste aan zijn eerste baan begint, gaat niet vijftig jaar hetzelfde doen. We moeten onze studenten vaardigheden leren waarmee ze zich later kunnen ontwikkelen: zelfkennis, nieuwsgierige vragen stellen, leren leren. Een goede opleiding en een flexibele instelling zijn de beste voorbereiding op de toekomst.”
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 2 januari 2026)