ARTIKEL | Sinds de afschaffing van de apartheid wint het Engels in Zuid-Afrika hoe langer hoe meer terrein, ten koste van het Afrikaans. Afrikaans-sprekenden verzetten zich tegen die ontwikkeling, en dat is terecht, betoogt P.C. Paardekooper. Maar eerst gaat Rob Neutelings in op de opmerkelijke overeenkomsten (en de minstens zo opmerkelijke verschillen) tussen het Nederlands en het Afrikaans.
‘Nederlands open inderdaad vir Afrikaanssprekendes 'n venster op 'n groot wêreld buite Suid-Afrika. Daar word bereken dat Afrikaanssprekendes, deurdat Afrikaans ook vir Nederlandssprekendes herkenbaar is, hulle verstaanbaar kan maak aan 40 miljoen mense oral in die wêreld’, aldus het boekje Afrikaans in Afrika. En inderdaad: voor Nederlanders levert het lezen van dit citaat weinig moeilijkheden op. Het verstaan van het Afrikaans is wel wat lastiger, maar als je gewend bent aan de Afrikaanse intonatie en de overzichtelijke grammatica, dan is het zeer goed te volgen. Ondanks de grote overeenkomsten tussen het Afrikaans en het Nederlands blijft een Nederlander die Afrikaans leert zich verbazen. Over de mooie alternatieven die ze voor Engelse woorden gebruiken (hyser in plaats van lift), over de Nederlandse woorden die ze niet kennen in Zuid-Afrika (leuk), over de woorden die een andere betekenis hebben (beest) en over de Afrikaanse woorden die wij in het Nederlands niet kennen (gogga).
Nederlandse woorden die onbekend zijn in Zuid-Afrika
Een Nederlander die Afrikaans begint te praten komt een heel eind met zijn Nederlandse woordenschat. Maar soms fronst de Afrikaanssprekende zijn wenkbrauwen; enkele voorbeelden:
- de auto wordt aangeduid met kar of motor, begrippen waar we in het Nederlands weer iets anders onder verstaan;
- een dennenappel heet in het Afrikaans dennebol;
- file (van auto's) kennen Afrikaanders niet, wel verkeersknoop of verkeersophoping;
- kip noemen Afrikaanders hoender;
- leuk is onbekend; Afrikaanse alternatieven zijn lekker (‘Dit was 'n lekker lesing’), aangenaam (‘'n aangename verrassing’) of grappig (‘'n grappige toespraak’);
- oven wordt niet gebruikt, in de keuken (kombuis in het Afrikaans) staat een stoof.
Dezelfde woorden met een andere betekenis
De misverstanden tussen Nederlanders en Afrikaanders zijn het grootst op het moment dat zij hetzelfde woord gebruiken maar er iets geheel verschillends onder verstaan. Enkele van dit soort woorden die mij als leerling Afrikaans soms tot wanhoop dreven:
- agenda wordt alleen gebruikt voor de lijst met gespreksonderwerpen voor een vergadering; het boekje waarin je afspraken noteert, heet dagboek; dit wordt ook gebruikt voor het boekje waarin je persoonlijke ontboezemingen schrijft;
- beest. ‘Er zit een beest in mijn bier’, riep ik; mijn Afrikaanse vrienden moesten hard lachen; een bees is voor hen een koe; zij duiden onze Nederlandse beesten met diere aan;
- dam is in het Afrikaans niet alleen een wal die het water tegenhoudt, maar ook het bassin waarin het water wordt opgeslagen;
- kuier. ‘Ek kom môre-aand bietjie kuier’, zei mijn Zuid-Afrikaanse nicht; de volgende avond zat ik klaar met mijn wandelschoenen, terwijl zij in chique kleren langskwam; de eerste betekenis van kuier in het Afrikaans is ‘op visite gaan’, en niet ‘een stukje lopen’;
- neuk heeft niets te maken met de geslachtsdaad, zoals Nederlanders misschien denken; dit Afrikaanse werkwoord betekent ‘slaan’;
- stoep. ‘Ons gaan op die stoep sit’, zei een Afrikaanse vriendin; tot mijn verbazing ging zij niet op het trottoir zitten, maar op haar veranda achter het huis; stoep is de Afrikaanse veranda.
Verengelsing
Het Afrikaans en het Nederlands zijn nauw met elkaar verbonden. De gezamenlijke basis is het Nederlands uit de 17de eeuw. Jan van Riebeeck en zijn gevolg van VOC-ambtenaren en zeelieden exporteerden hun taal naar het zuiden van het Afrikaanse continent. Daar werd hun Nederlands in de loop der tijd vermengd met elementen uit het Portugees, Frans, Duits, Engels, Maleis (gesproken door slaven), Arabisch en de negertalen Koi, isiZulu en isiXhosa.
Sinds 1925 zijn het Afrikaans en het Engels de officiële talen van Zuid-Afrika. Deze situatie is veranderd na de afschaffing van de apartheid. Nu hebben van de ongeveer tachtig talen die in Zuid-Afrika worden gesproken er elf een officiële status, waaronder het isiXhosa, het isiZulu, het Afrikaans en het Engels.
Het Engels wordt door velen als de belangrijkste taal van het nieuwe Zuid-Afrika gezien, hoewel het slechts op de zesde plaats staat als het gaat om het aantal moedertaalsprekers. Het grote belang dat mensen aan het Engels hechten, is te verklaren uit het feit dat het een wereldtaal is (die door veel toeristen gesproken wordt) en dat het gebruikt wordt door alle politici van na de afschaffing van de apartheid. Bovendien is het Engels traditioneel de taal om verzet tegen de apartheid uit te drukken. Het Afrikaans wordt nog steeds gezien als een symbool van het blanke minderheidsregime en het apartheidssysteem. Wie vóór de omwenteling bezwaar maakte tegen het Afrikaans, protesteerde eigenlijk tegen de toenmalige regering. De bloedige opstand in Soweto (1976) vond dan ook een aanleiding in de bezwaren tegen het verplichte gebruik van Afrikaans als onderwijstaal.
Tegenwoordig is er een duidelijke voorkeursbehandeling voor het Engels in Zuid-Afrika. Afrikaanssprekenden in alle lagen van de bevolking ondervinden die aan den lijve. Een voorbeeld is het terugdringen van Afrikaanstalige televisie-uitzendingen en de afschaffing van de Afrikaanse naam voor de nationale luchtvaartmaatschappij (Suid-Afrikaanse Lugdiens), die nu alleen nog South African Airways heet. Deze verengelsing laten Afrikaanssprekenden niet lijdzaam over zich heen komen: een aantal mensen protesteert door geen kijk- en luistergeld te betalen en er zijn Afrikaanders die als protest alleen nog met buitenlandse luchtvervoerders vliegen. Verschillende Afrikaanssprekende organisaties onderzoeken samen de mogelijkheden om een front te vormen tegen het Engels en om het Afrikaans een positie te verschaffen als taal van de ontwikkeling en de vooruitgang.
Afrikaanse woorden die Nederlanders niet kennen
Onder andere doordat het Afrikaans contact maakte met veel verschillende talen, gebruiken Afrikaanssprekenden ook woorden die we in het Nederlands niet kennen. Enkele voorbeelden:
baie betekent ‘veel’ of ‘dikwijls’;
gogga is een verzamelnaam voor insecten en kleine kruipende beestjes; wordt ook wel gebruikt voor een lelijk persoon of voorwerp, en ook als fout (taalgoggas zijn taalfouten);
petalje is Afrikaans voor ‘affaire, moeilijkheid’;-
sambok is een korte dikke zweep van gevlochten leer (afgeleid uit het Maleis);
sambreel is een paraplu (afgeleid uit het Maleis-Portugees); paraplu kennen ze niet in het Afrikaans;
spog is Afrikaans voor opscheppen: ‘sy spog dat sy baie geld het’; in het Nederlands kennen we spog wel als een verouderde vorm voor speeksel of spuug;
tamaai betekent ‘heel groot, enorm’: ‘hy gaat 'n tamaai vent word’ (afgeleid uit het Maleis-Portugees);
tronk is een gevangenis (afgeleid uit het Portugees); in het Nederlands wordt tronk door sommigen gebruikt voor de stam van een boom en een fooienpot; beide betekenissen zijn afgeleid van het Franse tronc.
De woorden die het Afrikaans uit het Maleis heeft overgenomen, zijn soms wel bekend in het Nederlands, maar worden niet frequent gebruikt. Bijvoorbeeld baadjie ‘jasje’ en piesang ‘banaan’.
Afrikaanse alternatieven
Afrikaanssprekenden verzetten zich niet alleen tegen het Engels, ze houden ook actief hun taal in stand. In de Afrikaanstalige krant Die Burger wordt op de opiniepagina vrijwel dagelijks gediscussieerd over het Afrikaans. Damestijdschriften als Sarie (vergelijkbaar met de Nederlandse Libelle) publiceren lijstjes met Engelse woorden voorzien van Afrikaanse alternatieven. Bedrijven vertalen het Engelse jargon, zodat ze in hun advertenties het publiek in het Afrikaans kunnen aanspreken. Rekenaar in plaats van computer, T-hemp in plaats van T-shirt, stempos in plaats van voice mail, en e-pos in plaats van e-mail. En misschien nog wel het belangrijkste: gewone taalgebruikers zijn kritisch op elkaar. Iemand die ‘gender’ zegt, krijgt al snel het Afrikaanse geslag als alternatief aangeboden.
De taalgebruikers worden geholpen door organisaties als de Stigting vir Afrikaans. Deze publiceert op internet (www.afrikaans.com) uitgebreide lijsten met goede Afrikaanse alternatieven voor Engelse woorden. Deze lijsten worden opgesteld per thema. Zo is er een lijst voor technische autotermen (spoiler - lugskort), onderwijstermen (clustering - saamgroepering) en computertermen.
Dit artikel is een persoonlijke impressie van mijn ervaringen bij het leren van het Afrikaans. Hoewel er verschillen zijn tussen het Afrikaans en het Nederlands, kunnen Afrikaanders en Nederlanders goed met elkaar communiceren. Zuid-Afrika is een van de weinige landen op de wereld waar een Nederlander zich zonder dat hij een taalcursus heeft gevolgd toch aardig verstaanbaar kan maken.
Afrikaanse alternatieven voor Engelse woorden
Een selectie uit: Afrikaanse rekenaar- en Internetterme door J. Combrink, N. du Plooy en D. Meyer. (De volledige lijst is te vinden op http://www.afrikaans.com/taal.html)
A-drive: A-aandrywer
bit: bis
bitmap: bispatroon
bookmark: boekmerk
boot: selflaai
bounce (ww.): bons
box: blokkie, raam
browse: blaai, rondblaai
browser: blaaier, rondblaaier
bug:gogga
byte: greep
caps lock: hoofletterslot
chat (zelfst. naamw.): geselsie, praatjie
chat (ww.): gesels, klets
click: kliek
clipboard: knipbord (voorkeurterm)
clock speed: klokspoed
command button: opdragknoppie
compatible: versoenbaar
computer: rekenaar
cursor: loper (‘die pyltjie wat met die muis beweeg word, is die wyser’)
data file: datalêer
debug: ontgogga, ontfout
delete: skrap
directory: lêergids
download (ww.): aflaai
e-mail: e-pos
FAQ (frequently asked question): AV (algemene vraag); AVV (algemeen voorkomende vraag)
helpdesk: hulptoonbank
home page: tuisblad
menu: kieslys
screen dump (zelfst. naamw.): skermstorting
service provider: diensverskaffer
site: tuiste, ruimte
slash: skuinsstreep
sound card: klankkaart
spell(ing)checker: speltoetser
website: webruimte, webtuiste, webwerf
Dr. Rob Neutelings - Zoetermeer
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 23 december 2025)
Dit artikel heb ik geschreven nadat ik in 1998 in het land op bezoek ben gegaan. Ik heb toen een zelfstudie Afrikaans gedaan aan de hand van een boekje en heb veel geoefend met mijn 'tannie Beatrice'.
In 2023 was ik wederom in Zuid Afrika. Het viel me op hoe met name in Kaapstad de Engelse taal de overhand heeft gekregen. Vroeg men bijvoorbeeld in 1998 in een restaurant bij het uitreiken van een menu 'Engels of Afrikaans'; sprak men in 2023 nauwelijks nog Afrikaans in restaurants. Toerisme en digitale nomaden zullen zeker ook een stevige impact hebben op de ontafrikanisering.
Het woord 'negertalen' zou ik tegenwoordig niet meer gebruiken. In 1998 was dit een woord dat geen weerstand opriep; nu zou ik 'inheemse talen' gebruiken als alternatief.
De website www.afrikaans.com bestaat nog wel; maar heeft sinds 2015 een andere invulling gekregen. De benoemde woordenlijst staat er niet meer op. De website of moet ik zeggen webruimte beschrijft zich als volgt: 'By Afrikaans.com gaan dit oor diegene wat elke dag leef in Afrikaans, wat trots is op hul taal en kultuur, maar dis ook vir elkeen wat belangstel in, en meer wil leer oor die taal en sy sprekers. Daarom streef ons na inklusiwiteit, modern en relevant aangebied, met die hoofdoel om te beïnvloed, in te lig, te ondersteun, te onderrig en te inspireer.'