1997 - gepubliceerd in Taalalmanak (Samenstelling Jaap de Jong & Peter Burger, SDU Uitgevers / Standaard Uitgeverij / Genootschap Onze Taal, p.144 - 146.
ARTIKEL | Hoe leert u sneller lezen? Door uw ogen sneller over de pagina te bewegen, beweren veel cursussen. Wetenschappelijk gezien is dat onzin. Rob Neutelings vroeg beroepsveellezers uit de Tweede Kamer naar hun leesgedrag en concludeert dat het anders kan. Leer een 104 pagina's dikke beleidsnota in 35 minuten te lezen - zonder hoofdpijn.
Enkele jaren geleden volgden de televisiecamera's een werkdag lang Vendex-topman professor Anton Dreesmann. Dreesmann liet de kijkers zien dat hij het weekblad Elsevier in luttele minuten las door een leesmethode te gebruiken die hij zelf 'fast reading' noemde. Voor de kijkers was het jammer dat Dreesmann niet uitlegde hoe dat 'fast reading' in zijn werk ging. Gelukkig zijn er in Nederland allerlei cursussen als Snellezen en Snel en effectief lezen, die in meer of mindere mate aandacht besteden aan het vergroten van de leessnelheid. Het mooie is dat het cursusgeld aftrekbaar is bij de aangifte inkomstenbelasting.
Maar werken deze cursussen wel? Of zijn er misschien andere methoden om de traditionele leeslast van september te lijf te gaan? Hoe lees je je een weg door de grote stapels nieuwe studieboeken en door de rapporten van commissies die weer actief worden na het zomerreces?
Oogbewegingen
De ogen van een lezer bewegen zich niet in een vloeiende beweging van links naar rechts langs de regels, maar staan vaak stil. En soms gaan ze zelfs terug, dus van rechts naar links. Het recept voor sneller lezen lijkt voor de hand te liggen: zorg dat de ogen minder stil staan, en alleen nog van links naar rechts over de regels bewegen. Dit simpele advies komt inderdaad terug in veel Nederlandse snelleescursussen. Urenlang moeten cursisten oefenen; vaak gaan ze naar huis met een knallende hoofdpijn. Deze hoofdpijn is echter niet nodig. Oogbewegingen trainen is namelijk zinloos. Het is niet voor niets dat onze ogen vaak stilstaan tijdens het lezen en dat we onze ogen soms van rechts naar links bewegen.
Uit onderzoek blijkt dat lezers als hun ogen stilstaan de tekst waarnemen en begrijpen. De gemiddelde oogstilstand duurt 250 milliseconden, waarbinnen gemiddeld 16 letters waargenomen worden. Goede lezers kunnen per oogstilstand meer letters tegelijk waarnemen, en hoeven korter stil te houden. Dit komt doordat zij in staat zijn de letters en woorden snel te herkennen en het gelezene sneller in hun geheugen opslaan. Goede lezers kunnen dus sneller waarnemen en begrijpen, en daarom lezen ze sneller en hoeven ze ook minder terug te lezen dan slechte lezers. Doordat slechte lezers de tekst langzamer begrijpen, moeten zij vaker hun ogen stilhouden en moeten ze vaker in de tekst teruglezen. Dus: verschillen in leessnelheid worden veroorzaakt door verschillen in de snelheid van begrip en waarneming, en dus door verschillen in verbale intelligentie.
En wat doen de leescursussen? Ze proberen alle deelnemers het gedrag van zeer intelligente lezers als Dreesmann bij te brengen: weinig oogstilstanden en niet teruglezen. Maar de imitatie van Dreesmanns leesgedrag leidt helaas niet tot een grotere intelligentie, wel vaak tot hoofdpijn. Leer je een langzame lezer snellezen, dan gaat hij inderdaad sneller door de tekst heen, maar zijn tekstbegrip is veel kleiner dan wanneer hij in zijn eigen tempo zou lezen.
Overbelaste volksvertegenwoordigers
Een lezer die sneller wil lezen, dient geen gedragingen te leren die niet bij zijn geestelijke vermogens passen. Wel moet hij zich realiseren dat de leessnelheid verhogen en tegelijkertijd het begrip van de tekst gelijk houden onmogelijk is. Maar vaak hoeft een lezer een tekst niet voor honderd procent te begrijpen. Het kan voldoende zijn als hij de hoofdlijnen eruit haalt.
En dat is precies wat beroeps-veellezers doen. Tweede-Kamerleden bijvoorbeeld. In 1991 kreeg ieder Kamerlid niet minder dan 48.148 pagina's 'regeringspost' te verwerken, en daarbij ook nog eens 40.000 pagina's andere post. Het merendeel verdwijnt ongelezen in het ronde archief, maar wat gebeurt er met de rest?
Toen ik voor mijn proefschrift onderzocht hoe volksvertegenwoordigers beleidsnota's lezen, trof ik een Tweede-Kamerlid aan dat een vergadering over de beleidsnota Militaire Oefenterreinen moest voorzitten. In die vergadering moest hij opletten of de discussiedeelnemers zich wel hielden aan de inhoud van de nota, die 104 pagina's telde. Hoe bereidde hij zich voor? Na 35 minuten lezen sloeg hij de nota dicht met de woorden: ‘Ik weet voorlopig genoeg.'
Omdat deze lezer geen volledig begrip van de nota hoefde te hebben, las hij hem niet helemaal. Hij volstond met het skimmen van de tekst. Dat wil zeggen dat hij de grote lijnen achterhaalde door alleen die plaatsen te lezen waarvan hij dacht dat ze cruciale informatie bevatten. Vooral de eerste regels van de alinea's en kopjes gebruikte hij daarvoor. Verder las hij de onderdelen 'conclusie' en 'fasering van het beleid' veel intensiever.
Uit mijn onderzoek naar het leesgedrag van Tweede-Kamerleden bleek dat zij gemiddeld slechts 23% lezen van nota's waarover ze het woord voeren tijdens een vergadering. Zij lezen dus weinig, maar wel efficiënt. Eerst achterhalen ze de hoofdlijnen. Zodra die duidelijk zijn, gaan ze op zoek naar hun stokpaardjes. Zo zoekt een PvdA'er naar de gevolgen van het beleid voor de zwakkere groepen in de samenleving en beziet een VVD'er of de rol van de overheid niet te groot is.
Zoek de cruciale informatie
Uit de leesprestaties van Tweede-Kamerleden blijkt dat er, voor wie zijn leessnelheid wil verhogen, een veel effectiever en eenvoudiger middel is dan oogbewegingsoefeningen: skimmen. Een lezer die tijdwinst wil boeken en het geen bezwaar vindt dat zijn tekstbegrip daar iets onder lijdt, moet zich concentreren op die plaatsen in de tekst waar de belangrijkste informatie staat.
Om snel een globaal beeld te krijgen van de inhoud, kan de lezer volstaan met het lezen van de volgende delen: de kopjes, de eerste alinea in zijn geheel, en de eerste zin van iedere alinea. Uiteraard weet hij dan niet precies wat er allemaal in de tekst staat, maar hij boekt een aanzienlijke tijdwinst en de hoofdlijnen heeft hij zeker te pakken. Hij leest immers juist die elementen waarin schrijvers de cruciale informatie stoppen.
Dit algemene skimadvies kan voor specifieke teksten worden uitgebreid. Veel beleidsnota's bijvoorbeeld gaan vergezeld van een samenvatting en een inhoudsopgave. Het is duidelijk dat dit goede hulpmiddelen zijn om de grote lijn van de nota te achterhalen. Bij een teksttype als krantenartikelen kan de lezer de belangrijkste informatie uit de lead of inleiding halen.
DE SNELSTE SNELLEESCURSUS
Skimmen: haal de hoofdlijnen uit een tekst
Lees de samenvatting helemaal
Bekijk de inhoudsopgave grondig
Lees de eerste alinea van ieder hoofdstuk
Lees alle kopjes
Lees de eerste zin van alle alinea's
Sla de rest van de tekst over!
Skimmen werkt!
Begrijpen skimmers echt genoeg van de zinnen waar ze doorheen sprinten? Zelfs van ingewikkelde teksten? Dat skimmen inderdaad werkt, blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd onder Utrechtse en Delftse studenten. Zij lazen een ingewikkelde beleidsnota over de stimulering van de technologische vernieuwing in het Nederlandse bedrijfsleven. De helft las de tien pagina's tellende nota in een halfuur, netjes van de eerste tot de laatste regel. De andere helft van de studenten kreeg een skiminstructie: ze mochten slechts tien minuten de nota skimmen. Opvallend was dat de skimmers even veel wisten van de hoofdlijnen als de studenten die de hele tekst consumeerden. De laatsten wisten wel meer van de details, maar dat spreekt voor zich: ze lazen ook drie keer zo lang!
Skimmen is dus een goede manier om de septemberleeslast te reduceren. 'Maar er zijn brieven, nota's en studieboeken die ik echt helemaal moet kennen', hoor ik u denken. Dat is zo, maar ook dan is skimmen zinvol. Als u zich eerst verdiept in de hoofdlijnen van de tekst, kunt u daarna ook de details met meer gemak verwerken: omdat eerst het geraamte van de tekst wordt blootgelegd, is het eenvoudiger om dat later aan te kleden met de details. Op die manier worden de details ook gemakkelijker onthouden. Mijn septemberadvies luidt: eerst skimmen en dan intensiever lezen.
Rob Neutelings doceert taalbeheersing aan de Technische Universiteit Delft. Hij promoveerde op een onderzoek naar het leesgedrag van Kamerleden en gemeenteraadsleden, De eigenzinnige lezer (1997).
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 22 december 2025)