OPINIE | De Nederlandse arbeidsmarkt kent een omvangrijke uitdaging. Enerzijds is er een grote vraag naar goed opgeleide vakmensen. En anderzijds daalt aantal mbo-studenten jaar na jaar. Deze trend zet de toekomst van het mbo-stelsel onder flinke druk. Gezonde mbo-instellingen zijn belangrijk voor vitale, regionale arbeidsmarkten.
Zorgen in het mbo
Nederland had in 2023 475.000 mbo-studenten. Dit aantal daalt al jaren. In het schooljaar 2023-2024 waren er 10.000 minder studenten dan het jaar ervoor. Naar verwachting zal het aantal in 2030 nog verder dalen tot 450.000. Ook het vmbo, dat veel mbo-studenten levert, krimpt. In 2015 waren er 221.856 vmbo-leerlingen; in 2023 waren dat er nog maar 191.740.
Een krimp van 13,5 procent. Deze daling bedreigt het mbo-stelsel. De financiering van het mbo gebeurt op basis van studentenaantallen en behaalde diploma’s. Een forse daling van studenten, zal leiden tot de sluiting van een aantal mbo-instellingen.
De huidige maatregelen vanuit de overheid zijn onvoldoende. Zo is er 30 miljoen euro per jaar beschikbaar voor de jaren 2025, 2026 en 2027 om krimpregio’s (denk aan Zeeland, Groningen en Limburg) te helpen. Mbo-instellingen in die regio’s kunnen daarmee kleinere opleidingen overeind houden en blijven concurreren met mbo-instellingen in regio’s die minder krimpen.
Maar wat na die periode? Het probleem zal dan groter zijn dan nu. De krimpmiddelen zijn slechts pleisters op de wonde. We moeten zorgen dat ons mbo-stelsel structureel gezond wordt, dat duurzaam kan voorzien in de opleiding van vakmensen. Drie voorstellen om dat mogelijk te maken:
1. Minder mbo-instellingen
In 2023 waren er 57 mbo-instellingen. 24 instellingen hadden minder dan 5000 studenten. Door de daling in studentenaantallen zullen sommige in de toekomst niet meer rondkomen. We moeten het aantal verminderen, zodat robuustere instellingen ontstaan. Eén instelling per arbeidsmarktregio, in dit geval West-Brabant is voldoende.
Daarmee verdwijnt eveneens onnodige concurrentie. Ook de overhead kan hiermee gereduceerd worden, denk alleen maar aan de salarissen van 23 bestuurders. Zo besparen we kosten en worden de instellingen sterker.
2. Minder opleidingen, meer vaardigheden
Er zijn nu 419 verschillende mbo-opleidingen. We kijken vooral naar de verschillen in de opleidingen. Dit is niet efficiënt. We moeten kijken naar de overeenkomsten tussen beroepen en inzetten op het leren van gezamenlijke vaardigheden. Als een receptionist, een stewardess en een verpleger overeenkomsten hebben in een deel van hun werk, leidt ze dan gezamenlijk daarin op.
Laat studenten beginnen met een studie in brede domeinen zoals techniek, zorg, economie en groen. Aan het einde van hun studie kunnen ze zich specialiseren. Dit verkleint de kans op verkeerde studiekeuzes op jonge leeftijd en maakt het mbo flexibeler.
3. Eenvoudiger financiering
Bij het huidige financieringsmodel voor het mbo krijgen de instellingen betaalt voor prestaties. Dat klinkt mooi, maar het effect is stevige concurrentie. Iedere student levert namelijk geld op. Instellingen concurreren niet op kwaliteit van het onderwijs, maar vooral op kwantiteit en kwaliteit van hun marketing. Daarnaast kan een onderwijsinstelling allerlei tijdelijke geldstromen aanvragen.
Curio Directie Rob Neutelings © Curio
Laten we overstappen naar een model waarbij het geld eerlijk wordt verdeeld op basis van de grootte van de arbeidsmarktregio. Dit geeft rust en voorspelbaarheid en veel minder bureaucratie en administratieve rompslomp.
Als we deze voorstellen uitvoeren, behouden we een sterk en duurzaam mbo-stelsel. Elke regio heeft dan een ‘eigen’ mbo-instelling. Doen we niets, dan zal het mbo in een aantal regio’s het lastig krijgen. De scholing, de omscholing en bijscholing van vakmensen komt dan onder druk te staan. Dat vormt uiteindelijk een bedreiging voor onze welvaart en welzijn. De nieuwe minister van onderwijs Eppo Bruins kan aan de slag!
Rob Neutelings, geboren in Roosendaal, is voorzitter Raad van Bestuur Curio. Hij werkt sinds september 2015 bij deze beroepsopleider van regio West-Brabant. Curio leidt ruim 23.000 leerlingen en studenten op in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast is hij actief in de Economic Board West-Brabant én voorzitter van de Agenda Beroepsonderwijs.
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 5 januari 2026)