OPINIE | Tóch een verplicht examen burgerschap voor het mbo, zo besloot minister Dijkgraaf begin april. Verrassend, want eind vorig jaar twijfelde hij nog of het een goed idee was. Hij ging overstag toen bleek dat het examen ook ingevuld kan worden met een portfolio. Voorstanders – en ik ben een fervente – zijn er blij mee. Waarom is dit examen zo belangrijk?
Allereerst dwingt dit examen mbo-studenten en -scholen om zich in te zetten voor het vak burgerschap. “Als het niet meetelt, doe ik er niks aan”, hoor ik vaak van studenten. Dan kun je als opleiding nog zo veel goede plannen hebben voor burgerschapsonderwijs, je weet al dat het succes gering zal zijn.
In 2022 constateerde de onderwijsminister dat het burgerschapsonderwijs in het mbo vaak onder de maat is. Een conclusie die ook al in 2017 werd getrokken. In vijf jaar is het de mbo-sector niet gelukt daar verbetering in aan te brengen. Nu wordt men gedwongen. Een uitstekende zaak.
Sterkere burgers
Burgerschapsonderwijs versterkt de samenleving én studenten. Het is onmisbaar voor sterke, begripvolle burgers die kunnen omgaan met de dynamiek van de hedendaagse samenleving. Extra bijzonder vind ik daarom de reactie van de MBO Raad die niet blij is met het examen. Voorzitter Adnan Tekin vindt dat het beoordelen van wie wel of niet een goed burger is, geen recht doet aan de complexiteit van het vak, de complexiteit van de samenleving en de individuele groei van de studenten.
Ik hoor dat vaker. Maar het vak burgerschap is toch juist bedoeld om ook over die complexiteit te onderwijzen? Burgerschap gaat over vaardigheden om mee te kunnen doen. Over keuzes leren maken voor je eigen toekomst, bijvoorbeeld over financiën. Of het herkennen van desinformatie. Maar ook over sociale cohesie en het leren om begrip te hebben voor andere standpunten.
Een ander argument van tegenstanders is dat het examen alleen verlangd wordt van mbo-studenten en niet in het hoger onderwijs. Maar als jij vindt dat de stoep van de buren een bende is, betekent dat toch niet automatisch dat je die van jezelf niet bijhoudt? Het gaat bovendien voorbij aan de wettelijke opdracht voor het mbo. Die bestaat uit de drievoudige kwalificering van deelnemers: voor de uitoefening van een beroep, de doorstroom naar een hoger onderwijsniveau én de deelname aan de maatschappij (burgerschap).
Idealiter moet iedereen na het volgen van het voortgezet onderwijs al in staat zijn om zich zelfstandig als burger te redden. Dat lukt blijkbaar niet, concludeert ook de Onderwijsinspectie. Dus is het vooral een geluk voor mbo’ers dat zij nog wel die extra ronde burgerschapsonderwijs krijgen.
Er geldt voortaan de voorwaarde dat er aantoonbaar aandacht moet zijn voor democratische waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Tegelijkertijd is er flexibiliteit. Het examen kan worden ingevuld met een portfolio met bijvoorbeeld praktijkopdrachten, presentaties, verslagen van bezoeken en een eindgesprek. Gek genoeg vindt de MBO Raad dat de minister daarmee op de stoel van de scholen gaat zitten.
Maar het portfolio geeft scholen juíst de vrijheid om te bepalen hoe ze burgerschapsonderwijs inrichten en welke accenten ze leggen op inhoudelijke thema’s.
Kans voor kwaliteit
Natuurlijk is het een aanzienlijke opgave voor mbo-instellingen om dit allemaal te regelen. Ook al omdat uit onderzoek blijkt dat te veel mbo-docenten hiervoor nog niet bekwaam zijn. Maar minister Dijkgraaf stelt 30 miljoen euro beschikbaar voor docenten die taal, rekenen en burgerschap geven op het mbo. Een prachtige kans om de kwaliteit van de lessen te vergroten.
Laten we die kans pakken en blij zijn met dit verplichte examen. De vrijblijvendheid is eraf is. Ja, ik vind ook dat burgerschap breder moet worden getrokken in het hele onderwijs. Maar beginnen bij het mbo is een prima start.
Rob Neutelings is voorzitter van de raad van bestuur van Curio, een organisatie voor (v)mbo- onderwijs in West-Brabant.
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 25 december 2025)