december 2020 - gepubliceerd in magazine Agenda Beroepsonderwijs West-Brabant
INTERVIEW | Ambities worden vertrekpunt voor leerwens, -moment en -arrangement. De corona-pandemie heeft het beroepsonderwijs in een ander daglicht gezet. Brede inzetbaarheid en wendbaarheid worden cruciaal op de arbeidsmarkt. Wat betekent dit voor het onderwijs? Welke keuzes moeten worden gemaakt? Gaan we terug naar de oude situatie? Of naar een nieuw normaal waarbij onderwijs op afstand een integraal onderdeel van het educatietraject is? Is het moment van ‘een leven lang ontwikkelen’ nu eindelijk aangebroken? We interviewden Rob Neutelings, bestuursvoorzitter van Curio.
De genomen maatregelen in verband met de komst van Covid-19 hebben ontegenzeggelijk impact op bedrijfsleven, onderwijs én overheden. De arbeidsmarktproblematiek verandert, maar verdwijnt niet. Er vervallen banen in de evenementensector, horeca en vrijetijdseconomie. Maar in sectoren, zoals de zorg, het onderwijs en de techniek is de krapte nog steeds nijpend.
Ondanks het dreigend onheil als gevolg van corona- pandemie, zullen we in verschillende sectoren nog steeds mensen tekortkomen. De ambities van de beroepsagenda blijven, juist ook in deze bijzondere tijd, onverminderd van belang. Samenwerking in de regio en de bijbehorende intensieve dialoog tussen overheid, onderwijs en ondernemers moet blijven resulteren in relevante projecten die bijdragen om gestelde ambities en doelen te bereiken.
Rob Neutelings © Curio
Wat heeft de huidige Corona-pandemie ons geleerd?
Rob Neutelings: “Als we één les kunnen trekken uit de huidige crisis is dat in de arbeidsmarkt wendbaarheid de cruciale eigenschap is om aan het werk te blijven en te komen. Hoe anders was dat in de middeleeuwen. Je begon op je dertiende met een ambacht en op je veertigste ging je dood. Een baan voor het leven, letterlijk en figuurlijk.”
“Dat is nu volledig achterhaald. Niemand blijft nog tot zijn of haar pensioen bij dezelfde baas of hetzelfde bedrijf werken. Onderwijs en bedrijfsleven moeten de handen ineenslaan om werknemers toekomstbestendig te maken. Medewerkers zullen steeds vaker moeten om- en bijscholen en we moeten meer aandacht besteden aan zogeheten ‘transferable skills’ of overdraagbare vaardigheden.
“In een veranderende arbeidsmarkt waar specifieke vaardigheden verouderd raken, zijn er praktische en cognitieve kernvaardigheden die altijd en overal valide blijven. Voor de employability van mensen is het zinvol die brede vaardigheden, die je inzetbaarheid op lange termijn kunnen vergroten, aan te leren.”
Als de match tussen talent en waarde de sleutel wordt voor een gezonde arbeidsmarkt. Wat vraagt dat dan van ondernemingen en onderwijs?
“Het toenemende belang van betekenis en waarde laat onverlet dat er bij schaarste nog steeds geldt dat wie het meest betaalt ook aantrekkelijk blijft voor werknemers. Maar dit betekent niet dat we op termijn naar een andere balans toe gaan. Banken die geld witwassen of bedrijven die zich niet houden aan klimaatafspraken manouveren zich uit de markt. De normen en waarden waar organisaties voor staan worden steeds belangrijker. Ik kan mij voorstellen dat in het onderwijs burgerschap- en waarde-gedreven loopbaanoriëntatie steeds meer gezicht en gewicht krijgen.”
U heeft onlangs een pleidooi gepubliceerd om cross-sectoraal op te leiden en diploma’s in te ruilen voor talentenpaspoorten. Hoe gaat u dat vormgeven?
“Een jaar geleden konden we ons niet voorstellen hoe een pandemie ons lineaire denken zou kunnen verstoren. We dachten dat er geen situaties zouden ontstaan die we niet konden voorzien of waar we geen antwoord op zouden hebben. Deze pandemie laat zien dat we leerlingen moeten voorbereiden op een toekomst met omstandigheden die voortdurend kunnen veranderen.”
“Daarnaast. Een diploma zegt niets over de toekomst. Het is een foto uit het verleden. En nog een slechte ook. Het waardeert leerlingen niet op hun kracht, laat staan op hun passie. Als leerlingen op de middelbare school hun diploma behalen, is dat altijd op het niveau waar ze het slechtste scoren. We moeten echt af van het idee dat iedereen het hoogst mogelijke diploma moet halen. Waardeer leerlingen op hun talenten, niet op hun zwakke punten. We moeten niet langer iedereen door dezelfde frietsnijder willen duwen.”
Hoe zit dat met uw eigen diploma’s? Zijn die niets meer waard?
“Ik denk dat die inderdaad niet aangeven waar ik goed in ben en waar ik voor sta. Ze zijn overbodig geworden. Tijd om op te ruimen. In plaats ervan ga ik mijn eigen digitale talentenpaspoort vullen. Hierin komen alle opgedane vaardigheden, kennis en ervaring te staan.”
Hoe gaat het nu verder in het onderwijs als de frietsnijder de deur uit is?
“Idealiter zouden we met iedere leerling in gesprek moeten gaan en serieus moeten vragen waar zijn of haar ambities liggen. Ambities worden vertrekpunt voor leerwens, -moment en -arrangement. Als een banketbakker-in-spe aangeeft dat hij, naast het leren maken van de lekkerste worstenbroodjes, heel graag een food-truck wil beginnen, bied je lessen ondernemerschap aan. “
“Mijn ideaal. Onderwijs dat beter aansluit op persoonlijke behoeftes, sterke kanten, interesses en capaciteiten. Onderwijs dat vraag en aanbod koppelt. Onderwijs dat wendbare uit- en doorstromers vormt die toegerust zijn voor een steeds veranderende arbeidsmarkt. Onderwijs dat een leven lang plaatsvindt. Onderwijs dat zegt ‘als dit je talenten zijn, dan hebben we de volgende mogelijkheden om die te ontwikkelen zodat je een goede start maakt op de arbeidsmarkt én je kunt inspelen op de veranderingen die zeker gaan komen’.”
Hoe ziet het beroepsonderwijs er volgens u in de toekomst uit?
“Als we naar een waarde gedreven wereld willen gaan, moeten we alle talenten een kans geven. Onderwijs wordt talentontwikkeling. Wij moeten talenten water geven. Ik voorzie een toekomst waarin persoonlijke virtuele onderwijsassistenten helpen om op basis van talent en ambities een leerwens, -moment en -arrangement uit te stippelen. Het komt elke dag dichterbij.”
“De regie op onderwijs en talentontwikkeling komt via een persoonlijke digitale onderwijsassistent weer waar deze hoort: bij de student. De student bepaalt. Zijn of haar persoonlijke virtuele onderwijsassistent organiseert ‘blended’ leerarrangementen. Studenten scholen zich middels e-learning online. Maar ze bezoeken ook bijeenkomsten. Daar ontmoeten ze medestudenten en gaan ze in dialoog met docenten.”
“Waarde en talent zijn voortaan het vertrekpunt. Een school zal in de toekomst een verzameling zijn van mensen met dezelfde leerwensen op hetzelfde moment. Leeftijd doet er niet meer toe. Een leven lang ontwikkelen is geen vraagstuk meer. Het is straks dagelijkse realiteit.”
Interview niet meer online (geraadpleegd op 7 januari 2026)