OPINIE | Grootscheepse campagnes vragen aandacht voor het schreeuwend tekort aan stageplaatsen in het mbo. Als we niet snel handelen, leiden we hele jaargangen mbo-studenten op voor de reservebank, in plaats van voor de arbeidsmarkt. Dat komt doordat de regels voor stageplaatsen flink achterlopen op de huidige arbeidsmarkt.
Neem als voorbeeld mbo-student Susan. Zij is 18 jaar en zit in het tweede jaar van de opleiding ‘gastheer/gastvrouw’. Zij wil dolgraag op stage, maar in de economisch zwaar getroffen horeca vindt ze geen plaats. Of Amir, die een leerbaan bij een bouwbedrijf had. Hij werkte vier dagen per week en ging nog een dag per week naar school. Het bedrijf waar Amir een leerbaan had, is nu failliet; Amir kan zijn opleiding niet voortzetten.
Beiden staan symbool voor de 21.000 mbo-studenten die te maken hebben met het schrijnende gebrek aan stageplaatsen en leerbanen bij bedrijven. Is dit te wijten aan een gebrek aan bereidwillige bedrijven? Zeker niet.
Mbo-studenten worden vooral door verouderde regelgeving gehinderd in hun zoektocht naar een stageplaats. Zij mogen alleen stage lopen bij bedrijven met een erkenning voor hun specifieke opleiding en niet bij andere bedrijven. Susan mag als student ‘gastheer/gastvrouw’ alleen in een erkend horecabedrijf stage lopen. En bijvoorbeeld niet in een zorginstelling, waar ze mogelijk net zo veel kan leren op het terrein van gastvrijheid.
De coronacrisis laat zien dat die regels snel overboord moeten. Maar ook los van de crisis was al lang duidelijk dat je als afgestudeerde mbo’er niet tot je pensioen hetzelfde beroep zult uitoefenen. En dat het mbo-onderwijs jongeren dus handvatten moet aanreiken om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op een onvoorspelbare toekomst.
Het simpelweg blijven hameren op de specifieke eisen voor één beroep past niet in crisistijd, en ook niet in de tijd die daarna komt.
Marina Smits is beleidsadviseur bij Curio. Rob Neutelings is voorzitter van de raad van bestuur van Curio.
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 4 januari 2026)
Deze opinie schreven Marina Smits in de eerste zes maanden van de covid-crisis. Door 'lock downs' en het verbieden van bepaalde activiteiten kwamen stages van mbo-studenten in gevaar. Daarmee konden zij hun opleiding niet afronden. Uiteindelijk zijn de regels wel enigszins versoepeld, zodat de meeste studenten hun opleiding wel konden afronden. Echter, ook na de covid-pandemie worden mbo-stages (in tegenstelling tot hbo- en wo-stages) beperkt door forse regelgeving, van met name daar waar het de erkenning van een stageplaats aangaat en waar welke 'werkprocessen' geleerd kunnen worden. De redenering is heel erg beroepsgericht; een vaardigheidsgerichte benadering zou beter aansluiten op de toekomst van de student, die zeer waarschijnlijk niet zijn hele leven één specifiek beroep zal uitoefenen.