OPINIE | Het belangrijkste onderdeel van een mbo-opleiding is zonder twijfel de stage. In de echte beroepspraktijk kunnen studenten hun kennis toepassen, hun vaardigheden aanscherpen en nieuwe dingen leren. Zonder stage, geen mbo-opleiding. Helaas leiden afspraken in het Stagepact tot minder stageplaatsen.
In 2023 hebben werkgevers, mbo-scholen en vakbonden afspraken gemaakt om stages te verbeteren in het Stagepact. Ze spraken af: betere begeleiding, geen stagediscriminatie, voldoende stageplaatsen en een stagevergoeding.
In het Stagepact staat dat mbo-studenten tijdens hun stage in elk geval een passende vergoeding moeten krijgen voor gemaakte kosten, zoals reis- en telefoonkosten of werkkleding. Daarnaast werd de aanbeveling gedaan om ook een stagevergoeding structureel te regelen in cao’s per sector. Dat is een begrijpelijke stap: stagiairs leveren een bijdrage aan organisaties en voor veel studenten blijft er naast een stage weinig tijd over voor een bijbaan.
De praktijk pakt anders uit
Stapje voor stapje wordt in cao’s aandacht besteed aan stagevergoedingen. Zo is in de cao Sociaal Werk opgenomen dat stagiairs vanaf 1 januari 2026 recht hebben op minimaal 350 euro per maand, oplopend naar minimaal 450 euro per 1 september 2026. De regeling geldt voor studenten in het mbo, hbo en wo.
Goed geregeld! Op papier goed geregeld. In de praktijk pakt het anders uit. Onderwijsinstelling Curio verzorgt in West-Brabant ruim 200 mbo-studies, waaronder de opleiding buurtsportcoach. Studenten leren sportactiviteiten organiseren, sportprojecten coördineren, samenwerken met welzijnspartners en het in beweging krijgen van mensen in de wijk. Studenten die deze opleiding succesvol afronden, komen doorgaans goed aan een baan.
Al jaren werkt de opleiding buurtsportcoach samen met welzijnsorganisatie Breda Actief, een organisatie die inwoners stimuleert om meer te bewegen en sport- en beweegactiviteiten toegankelijk maakt. Tot nu toe bood Breda Actief jaarlijks zestien stageplaatsen aan. Met de invoering van de nieuwe cao heeft de organisatie aangekondigd dit aantal per komend schooljaar sterk te verminderen: van zestien naar vier stageplaatsen. Niet uit onwil, maar vanwege financiële beperkingen. Breda Actief is grotendeels afhankelijk van gemeentelijke subsidies. Onkostenvergoedingen waren altijd goed inpasbaar, maar structurele stagevergoedingen, inclusief bijkomende werkgeverslasten, blijken binnen het huidige budget lastig te realiseren.
De belangrijkste financier van Breda Actief is de gemeente Breda. Uiteraard is de gemeente gevraagd of ze meer subsidie kunnen geven. Die reageren negatief met twee argumenten: de rijksbekostiging aan gemeentes loopt terug en de gemeente wijst op de precedentwerking. “Straks kloppen alle maatschappelijke organisaties aan om extra geld vanwege stagevergoedingen.”
Effect op opleidingen en instroom
Het directe gevolg van minder beschikbare stageplaatsen is dat een mbo-opleiding minder studenten kan plaatsen. Want zonder stages geen mbo-opleiding. Dat raakt niet alleen studenten, die minder keuzevrijheid hebben, maar ook de sector zelf. Minder opleidingsplekken vandaag, betekent op termijn minder goed opgeleide professionals in het sociaal werk. Juist in een sector waar de vraag naar personeel groot is, is dat een ontwikkeling om serieus bij stil te staan.
Het is cynisch om te zien dat een sympathieke maatregel zo’n averechts effect heeft. Iedereen erkent het probleem, maar in praktijk stokt de uitvoering. De oplossing ligt niet in het terugdraaien van de stagevergoeding, maar in het gezamenlijk dragen van de kosten. Dat kan op twee manieren. Maak het betalen van stagevergoedingen aan mbo-studenten fiscaal zo aantrekkelijk, dat het uiteindelijk geen kostenpost is voor de stageverlener. Of hoog de financiering van mbo-instellingen op, zodat zij iedere student van een gelijke stagevergoeding kunnen voorzien. Dan maakt het niet meer uit of een student stage loopt bij een zpp’er, een welzijnsorganisatie of een multinational – ze krijgen allemaal een dezelfde stagevergoeding. Alleen zo voorkomen we dat goedbedoeld beleid leidt tot minder stageplaatsen, krimp van opleidingen en uiteindelijk grotere personeelstekorten in sectoren die vitaal zijn voor onze samenleving.
Rob Neutelings is bestuursvoorzitter van Curio. Hij schreef deze opinie op persoonlijke titel.
Link naar de publicatie (geraadpleegd: nog niet gepubliceerd)