1 mei 2026
OPINIE | Het is een populair idee. Zorg dat schoolboeken en laptops gratis zijn, dan heeft iedereen een gelijke kans om te studeren. Het klinkt sympathiek. Niemand wil immers dat een student door geldgebrek niet kan gaan studeren. Echter, gratis onderwijsmaterialen helpen niet in het vergroten van gelijke kansen. Om gelijke kansen te krijgen voor bijvoorbeeld mbo-studenten, moet je ze juist ongelijk behandelen.
Het nieuwe kabinet is net begonnen. Tal van organisaties grijpen de kans om de nieuwe ministers te bestoken met nieuwe plannen, die vaak gebaseerd zijn op oude ideeën. Eén terugkerend thema in het onderwijsdebat is het gratis maken van onderwijsmateriaal voor mbo-studenten: gratis schoolboeken, gratis digitale leermiddelen, gratis laptops en gratis benodigdheden zoals scharen voor de student-kapper en messen voor de student-kok.
Kansengelijkheid
Het argument dat door de voorstanders gebruikt wordt, is dat gratis materialen de toegankelijkheid van het mbo bevorderen. Doordat studenten niet hoeven te betalen voor onderwijsmateriaal, zouden jongeren uit armere gezinnen een minder hoge drempel ervaren om te gaan studeren. Dat argument klopt. Voorstanders gaven in dezelfde redenering aan dat dus daarmee de kansengelijkheid groter wordt. En dat klopt niet. Door iedereen gratis schoolboeken en laptops te geven, houden we de kansenongelijkheid in stand.
Een voorbeeld uit een andere context. Twee jonge schaatsers hebben evenveel talent. De ene krijgt van haar kapitaalkrachtige ouders zonder moeite nieuwe schaatsen; de andere heeft alleen budget voor een tweedehands paar van Marktplaats. Als we beide sporters allebei nieuwe schaatsen geven, voelt dat eerlijk. Maar het verschil verdwijnt niet. Het gezin dat meer te besteden heeft, kan doordat de schaatsen gratis zijn, ook investeren in betere trainingsfaciliteiten, een aerodynamisch pak of extra begeleiding. Daarmee blijft de kansenongelijkheid bestaan. Wie gelijke kansen wil creëren, moet dus iets doen wat minder vanzelfsprekend voelt: degene helpen die het nodig heeft. En misschien nog moeilijker: degene die het niet nodig heeft, niet helpen.
Alles gratis is heel duur
Iedere mbo-student gratis schoolboeken en laptops geven helpt dus niet om de kansenongelijkheid te verkleinen. Het is daarnaast ook bijzonder prijzig. Een berekening laat zien dat gratis schoolboeken en leermiddelen voor alle mbo-studenten jaarlijks ongeveer 475 miljoen euro zouden kosten.
Nu leefden in 2023 ruim 115 duizend minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen onder de armoedegrens (bron: CBS). Dat is 3,6 procent van alle minderjarige kinderen. Als we bijvoorbeeld de 10% minst kapitaalkrachtige studenten gratis onderwijsbenodigdheden geven, kost dat ongeveer 50 miljoen euro per jaar. De overige 425 miljoen kan dan terug naar de belastingbetaler. Of liever nog investeren we dat geld in betere werkomstandigheden voor docenten of onderwijsinnovaties.
Afschrikkend voorbeeld: voortgezet onderwijs
In het voortgezet onderwijs zijn de schoolboeken sinds 2009 gratis voor de leerlingen. Dat heeft geleid tot een aantal onverwachte effecten. Inmiddels is het aantal lesmethoden verminderd; dat is efficiënt voor uitgevers, maar beperkt de keuzevrijheid van docenten. Verder bestaan de lesmethoden uit een digitaal pakket met een papieren werkboek. Dat werkboek gaat slechts een jaar mee. Fijn voor de verkoop; maar rampzalig voor het milieu. 9 miljoen werkboeken gaan er jaarlijks bij het oud papier, becijferde het Nederlands Dagblad.
Politieke vraag
Het debat over gratis schoolboeken gaat uiteindelijk over een principiële keuze. Willen we iedereen hetzelfde geven, of willen we ervoor zorgen dat studenten die extra ondersteuning nodig hebben die ook daadwerkelijk krijgen? Dat is niet alleen een vraag voor het onderwijs, maar vooral voor de politiek.
De vraag is dus niet of gratis schoolboeken sympathiek klinken. De vraag is of de politiek durft te kiezen voor maatregelen die daadwerkelijk verschil maken voor kansengelijkheid.
Rob Neutelings is bestuursvoorzitter van Curio. Hij schreef deze opinie op persoonlijke titel.