17 juli 2026 - gepubliceerd in Trouw, geschreven door Merijn van Nuland (redactie onderwijs&opvoeding)
Wetsvoorstel | Brabantse mbo-scholen komen naar eigen zeggen in de knel nu het kabinet budget wil overhevelen naar krimpregio’s. Ze vrezen oneerlijke concurrentie.
Dit is niet de oplossing. Dat zeggen bestuurders van de drie grote Brabantse mbo-instellingen over de keuze van minister Rianne Letschert om onderwijsgeld over te overhevelen naar krimpregio’s. Ze vrezen dat de maatregel ten koste gaat van hun eigen opleidingen voor tekortsectoren.
De bestuurders zijn bang dat het voorstel aan de ene kant problemen oplost, maar aan de andere kant weer nieuwe creëert. Zo verliezen de Brabantse instellingen geld terwijl ze wel moeten voorzien in een enorme behoefte aan technisch geschoolde mbo’ers, met name rond Brainport Eindhoven.
Randen
De onderwijsminister kwam vorige week met een wetsvoorstel om het opleidingsaanbod aan de randen van het land te redden. Daarvoor wordt vanaf 2029 geld van de grotere mbo-instellingen doorgesluisd naar scholen in regio’s die hard worden getroffen door teruglopende studentenaantallen. Dat speelt bijvoorbeeld in Zeeland, Twente en Limburg.
De bestuurders van Summa, Curio en het Koning Willem I College (met samen zo’n 60.000 studenten) plaatsen nu kritische kanttekeningen bij deze herverdeling. "We zijn solidair met de mbo’s in de krimpregio’s", zegt Annemarie Moons, bestuursvoorzitter van Summa, "maar tegen de manier waarop het nu door de minister wordt ingevuld."
Doordat de Brabantse scholen minimaal 1,3 tot 2,5 procent van hun budget gaan verliezen, moeten zij bezuinigen. Dat kan – uiteindelijk – leiden tot een nog groter tekort aan bètapersoneel.
"De minister presenteert nu een oplossing voor een deelprobleem", zegt Jos van Kessel, bestuursvoorzitter van het Koning Willem I College. "Maar we zouden dit vraagstuk in veel meer samenhang moeten bezien. Welk opleidingsaanbod willen we in Nederland minimaal behouden? En waar dan? Dat inhoudelijke gesprek is niet gevoerd."
Volgens Moons zou de minister bijvoorbeeld een onderscheid kunnen maken tussen de verschillende niveaus. "Het is belangrijk dat de opleidingen in de instapniveaus 1 en 2 tot diep in de krimpregio’s beschikbaar zijn. Maar studenten in de hogere niveaus 3 en 4 zijn best bereid om wat verder te reizen. Dat hoeft dus niet per se dicht bij huis."
Zonder heldere afspraken vrezen de Brabantse instellingen oneerlijke concurrentie. Zo krijgt een Zeeuwse mbo-instelling meer geld, maar een krimpende Curio-dependance in het nabijgelegen Bergen op Zoom niet. Bestuurder Rob Neutelings: "Het is niet ondenkbaar dat die Zeeuwse instelling het opleidingsaanbod uitbreidt en zo studenten wegtrekt bij scholen die formeel niet in een krimpregio zitten."
Een andere optie is om de hele mbo-begroting te verhogen. Dat scheelt een pijnlijke herverdeling. Neutelings: "Het kabinet heeft grote ambities op het gebied van woningbouw. Maar daar hebben we de mensen niet voor. Je zou een deel van het woningbouwbudget dus beter kunnen overhevelen naar het onderwijs."
Talentstrategie
In een reactie zegt minister Letschert de zorgen van de Brabantse mbo-scholen niet te delen. Ze wijst er onder meer op dat onder de noemer Project Beethoven de afgelopen jaren juist veel extra is geïnvesteerd in (het onderwijs in) Brainport Eindhoven.
"Ik deel wel de ambitie dat er meer opgeleid moet worden voor de tekortsectoren. Daarom lanceerde ik vorige week de talentstrategie. Daarmee gaan we jongeren beter voorbereiden op toekomstig, waardevol werk."
De kritiek van de Brabantse mbo-instellingen is opvallend. Eerder schreef koepelorganisatie MBO Raad nog dat de mbo-sector ‘de koers onderschrijft’ die minister Letschert heeft ingezet.
Link naar de publicatie (geraadpleegd op 17 juli 2026)